Camera calibreren op objectief

Camera calibreren op objectief

Het komt wel eens voor dat een objectief, van een camera vreemde producent, niet exact scherp stelt op het onderwerp. Hier kunnen een aantal zaken aan ten grondslag liggen.
Alvorens we wat meer ingaan op dit onderwerp moeten we ons er bewust van zijn dat een objectief niet over de gehele diafragma range exact scherp stelt. Vaak moet er meerdere keren achter elkaar op het onderwerp scherp gesteld worden wil het beeld echt scherp zijn. Hiervoor zijn meerdere redenen. Elk objectief heeft een bepaald diafragma waarmee het exact scherp stelt. Gaan we een stap omhoog of omlaag in het diafragma dan zal er scherpte verloren gaan. Dit heeft te maken met het slijpen van het glaswerk in het objectief. Het is dus als eerste zaak om het optimale diafragma te bepalen. Een tweede oorzaak kan zijn, dat er in de rekenmodule in de camera iets niet helemaal goed gaat.

Autofocus

De camera stelt scherp met behulp van de autofocus censor. De auto fucus censor bestaat uit twee delen en geeft een elctrischanaloog  signaal af aan de camera. De vorm van dit analoge signaal is volledig willekeurig. Als beide analoge signalen exact over elkaar liggen vindt de camera dat het onderwerp scherp in beeld is gebracht. Waar geen rekening mee gehouden wordt is bijvoorbeeld de temperetuur en vochtigheid waarin de camera en het objectief op het moment van scherpstellen werken. Als de beide analoge signalen een fractie verschoven liggen ten opzichte van elkaar, geeft de camera aan dat het onderwerp scherp is, maar in de praktijk klopt dit niet. Dit is dus geen probleem van het objectief, maar meer van de camera.

Om te focussen moet het objectief vanuit de camera ingesteld worden. In het objectief zit een servo motortje dat het glaswerk beweegt. Omdat het hier om bewegende onderdelen gaat, die aan slijtage onderhevig zijn, kan het zijn dat de camera denkt dat het onderwerp scherp is gefocussed, maar dat dit door de tolerantie in de bewegingen binnen het objectief niet zo is. Als we nu vaker de autofocus gebruiken zonder dus af te drukken, is er een kans dat het onderwerp wel scherp in beeld komt.

Censoren.

De camera heeft drie censoren, een beeld censor, een APS-C of fullframe, twee autofocus censoren. De autofocus censoren staan op een heel kleine afstand voor de beeldcensor. We moeten hierbij niet denken in mm maar in een fractie hiervan. Als de autofocus censoren de camera het signaal geven dat er scherp is gestelt, compenseert de camera de afstand tussen de autofocus en de beeld censor in zijn berekeningen. Hierdoor komt het beeld scherp op de beeld censor.

Onscherpte.

Onscherpte kan dus ontstaan door meerdere oorzaken. Slecht geslepen glaswerk in het objectief. Wellicht een goedkoop objectief. Niet auto focussen met een optimaal diafragma of voorgrond of achtergrond scherpte, veroorzaakt door een rekenfout in de camera.

Om te bepalen of we met een voorgrond of achtergrond onscherpte te maken hebben kunnen we een controle foto maken. Plaats de camera op een stevig statief en schakel de beeldstabilisatie uit. Schakel via het menu van de camera de autofucus mode “Flexizone AF”en  live view in. Het object wordt nu zichtbaar op het scherm aan de achterzijde van de camera en in het midden van het scherm verschijnt een vierkantje. Plaats het vierkantje met behulp van de richtings toetsen op het grote wiel achter op de camera op het onderwerp. Druk nu de sluiterknop half in. De camera gaat scherp stellen en als het beeld scherp is, druk dan de sluiterknop helemaal in. Het is beter om in plaats van de sluiterknop een afstandsbediening te gebruiken, dit voorkomt onnodig trillen van de camera. Er is nu door middel van de beeld censor scherp gestelt en niet door de auto focus censoren.

Schakel in het menu terug, door de live view uit te zetten en de autofocus mode op “Quick modus”. Stel door middel van het center AF punt scherp op het onderwerp en maak de foto. Op een computer kunnen de beide foto’s bekeken worden. Is de foto gemaakt in de “Flexizone AF” scherp en die gemaakt in de “Quick modus” onscherp, dan moet de camera afgesteld worden op het objectief. Er is nu dus sprake van voorgrond of achtergrond onscherpte.

 

Het afstellen van de camera

Niet alle camera;s van Canon kunnen op een objectief afgesteld worden. Met name de goedkopere camera;s hebben deze functie niet. Om te controleren of de camera op het objectief afgesteld kan worden, moeten we in het menu van de camera naar de optie “C.Fn”. Is hier een keuze mogeijkheid Äutofocus”, dan kan de camera afgesteld worden. Is de autofocus mogelijkheid niet aanwezig, dan kan de camera niet afgesteld worden. Als we de autofocus keuze kiezen, krijgen we een scherm met Äutofocus fijnafstemming”. Kies hier voor de optie “Per lens afstellen”. De camera houdt per lens de correcties bij, plaatst u een andere lens op de camera, dan zullen de correctie waarden voor de aangebrachte lens worden gebruikt.  In het verleden gebruikte ik eenspyder lenscal en plaatste die op afstand op een statief. Door de kaart te fotograferen kon je op de schaalverdeling zien waar de scherpte lag. http://spyder.datacolor.com/portfolio-view/spyderlenscal/. De spyder lenscal is te koop voor 65 euro en voldoet.

Focal.

Wil je meer informatie omtrent je objectief en je camera, gebruik dan Focal cab Reikan, https://www.reikan.co.uk/focalweb/

Focal is een software matige oplossing voor het Autofocus micro adjustment. Je sluit de camera met een USB kabel aan op de pc en start Focal. Focal heeft een eigen target kaart, die je op een redelijke afstand ophangt. Wanneer de software de target kaart goed heeft gezien, kun je allerlei tests starten. Het programma past als je dat wilt automatisch de benodigde waarde voor de fijn afstelling in de camera. Om geod te testen bej toch al gauw een uur of 2 verder. Een uitgebreide beschrijving van Focal kun je via bovenstaande link downloaden.